Correspondentie van de schilder en schrijver Jacobus van Looy > Over de collectie

Jacobus van Looy, Portretstudie van Titia van Looy-van Gelder, 1893

De vrouw van Jacobus van Looy, Titia van Looy – van Gelder, speelde een belangrijke rol in de totstandkoming van de collectie. Na het overlijden van haar man beheerde Titia zijn hele collectie van schilderijen, tekeningen en ook brieven. Uit haar correspondentie blijkt dat ze oude vrienden aanschreef om brieven van Van Looy te bemachtigen om de collectie zo compleet mogelijk te maken.

De collectie bevat ook brieven geadresseerd aan Titia. Niet alleen haar man schreef haar, maar ook vrienden van Jacobus richtten soms het woord tot haar. Daarnaast ontving ze na het overlijden van haar man veel steunbetuigingen die nu ook te zien zijn op deze website.

August Allebé

Naast brieven van en aan bekende Tachtigers en familie bestaat een groot deel van de collectie uit de briefwisseling tussen Jacobus van Looy en August Allebé. Allebé was de leermeester van Van Looy aan de Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam. Dit deel van de collectie omvat bijna vierhonderd brieven. Deze correspondentie begon toen Van Looy in 1884 de nu nog bekende Prix de Rome won, een prijs voor veelbelovende jonge kunstenaars.

Prix de Rome

De Prix de Rome bestond uit een jaargeld waardoor Van Looy naar Italië, Spanje en Marokko kon reizen. Vanuit verschillende steden in deze landen hield Van Looy Allebé niet alleen op de hoogte van zijn vorderingen op schildergebied, maar hij schreef hem ook veel over persoonlijke ervaringen en gedachtes. Aan de hand van deze brieven, waarvan de laatste gedateerd is op 1925, is de ontwikkeling die Van Looy doormaakte als schilder én als mens goed te volgen. Ook na de Prix de Rome-reis bleef er een levendige correspondentie bestaan tussen Allebé en Van Looy.

Voorbeelden uit deze collectie Correspondentie van de schilder en schrijver Jacobus van Looy

Bekijk alle afbeeldingen uit deze collectie