De steenkolenmijnen: het ‘zwarte goud’ van Limburg > Overzicht per fotograaf en biografiën

 

Fotograaf Aantal foto's Periode Locatie
Freek Aal   12  1960-1963  Staatsmijn Emma en Beatrix 
Bert Buurman  31 1946-1961  Staatsmijn Emma en Oranje Nassau 
Martien Coppens   28  1952-1953 

Staatsmijn Maurits 

Bob van Dam   1964  Staatsmijn Emma en leerlingen van de Ondergrondse 
Nico Jesse   1068  1952-1953   Oranje Nassau Mijnen 
Aart Klein   102  in 1945, 1947 en 1961  Julia, Willem-Sophia en de Staatsmijnen Maurits en Wilhelmina en de Chemische fabriek van de Staatsmijnen (DSM) 
Dolf Kruger   70  1947, 1955, 1957, 1959  Julia en de Staatsmijnen 
Werner Mantz   20  1935-1960  Oranje Nassau Mijnen en de Staatsmijnen Emma en Hendrik 
Cas Oorthuys   95  1939-1959  Staatsmijn Emma, Hendrik en Maurits, inclusief de cokesfabriek 
Nol Pepermans   473  November 1973  Staatsmijn Emma en de Oranje Nassau Mijn III 
Hans Spies   1950-1955  Stikstofbindingsbedrijf van de Staatsmijnen 
Ed van Wijk   1955-1965  Chemische fabriek van de Staatsmijnen (DSM) 

 

Freek Aal (1923-2004)

Aal werkte van 1947 tot 1963 als fotograaf bij De Waarheid, het dagblad van de Communistische Partij Nederland (CPN). Aanvankelijk wisselde hij dit af met zijn andere functies als automonteur en redactiechauffeur. Daarnaast fotografeerde Aal voor het Algemeen Hollandsch Fotopersbureau, het communistisch georiënteerde Uilenspiegel en brochures van de vak- en vredesbeweging. In 1963 pakte hij zijn oude beroep van automonteur weer op.

Top ^

Bert Buurman (1915-1998)

Ten tijde van de Duitse inval werkte hij voor De Spiegel en De week in beeld. Daarnaast had Buurman een portretatelier aan de P.C. Hooftstraat in Amsterdam. In de eerste naoorlogse jaren werkte Buurman samen met Ton Koot voor Vrij Nederland en bladen als De prins, Trouw en Strijdkreet. In deze jaren had hij een studio aan huis met circa 11 personeelsleden. In 1949 trad hij in vaste dienst bij De Telegraaf.

Top ^

Martien Coppens (1908-1986)

In 1932 opende Coppens een portretatelier en fotozaak in Eindhoven. Zijn vrije werk verscheen vanaf 1937 in ruim zestig publicaties. Vanaf het einde van de jaren dertig verschoof zijn aandacht van portretten naar religieuze bouw- en beeldhouwkunst en naar het Brabantse land. Door zijn publicaties, deelname aan het verenigingsleven, (internationale) contacten, bijdragen aan en organisatie van een aantal belangrijke fototentoonstellingen, speelde Coppens een belangrijke rol in de emancipatie van de Nederlandse fotografie.

Top ^

Bob van Dam (Combipress) (1928-2002)

In 1955 richtte Van Dam in Amsterdam het persbureau Combi Press Service op, gespecialiseerd in internationaal entertainment. Hij maakte reportages en schreef teksten voor geïllustreerde bladen als de Daily Sketch, Quick, Sie und Er, Schweizer Illustrierte, France Dimanche en de Nederlandse De Spiegel, De Post en verscheidene muziekbladen. De betekenis van zijn archief schuilt vooral in het unieke beeldmateriaal over de opkomst van de amusementsindustrie in Nederland.

Top ^

Nico Jesse (1911-1976)

Jesse combineerde jarenlang een huisartsenpraktijk met zijn passie voor fotografie. In 1956 besloot hij zijn praktijk neer te leggen en zich uitsluitend aan de fotografie te wijden. Zes jaar later nam hij zijn oorspronkelijke beroep weer op, maar bleef daarnaast fotograferen. Jesse werkte in opdracht van verschillende bedrijven, fotografeerde voor jaarverslagen en/of bedrijfsboeken en documenteerde jarenlang het Boekenbal. Tevens maakte hij in hoog tempo een groot aantal fotoboeken over steden en landen in Europa.

Top ^

Aart Klein (1909-2001)

De fotografische carrière van Aart Klein begon in 1930 bij fotopersbureau Polygoon. Na de bevrijding richtte hij met Maria Austria, Henk Jonker en Wim Zilver Rupe het fotografencollectief Particam op, dat zich specialiseerde in theaterfotografie. In 1956 ging Klein verder als zelfstandig fotograaf. Hij werkte vanaf die tijd regelmatig voor het Algemeen Handelsblad en maakte in opdracht een groot aantal fotoboeken. Klein fotografeerde vooral typisch Nederlandse onderwerpen en landschappen, zoals havens, de industrie, het water en de Deltawerken.

Top ^

Dolf Kruger (1923)

Van 1948 tot 1951 werkte hij als free-lance fotograaf, tot hij van 1951 tot 1959 als vaste fotograaf in dienst trad van dagblad De Waarheid, van de Communistische Partij Nederland (CPN). In opdracht van deze krant fotografeerde hij op straat, in bedrijven, bij stakingen, demonstraties, huurconflicten, huisuitzettingen en andere maatschappelijke wantoestanden. Na zijn vertrek bij De Waarheid werkte hij als free-lance fotograaf in opdracht van overheidsinstellingen, uitgevers, bedrijven en milieuorganisaties. Vanaf 1983 richtte hij zijn camera vooral op zijn familie en de natuur.

Top ^

Werner Mantz (1901-1983)

Zijn werk vertoonde aanvankelijk overeenkomsten met de traditionele kunstfotografie, maar ontwikkelde zich onder invloed van de Nieuwe Fotografie. In 1921 opende Mantz een portretatelier in Keulen en kon al snel een brede kring van architecten tot zijn opdrachtgevers rekenen. Vanaf 1932 was hij ook werkzaam in Maastricht en maakte daar vanaf 1938 een nieuwe start. Zijn werkgebied omvatte nu vooral de kinder- en portretfotografie. Daarnaast kreeg hij opdrachten van Provinciale Waterstaat, de Staatsmijnen en de architect F.P.J. Peutz. Het atelier bleef in bedrijf tot 1971.

Top ^

Cas Oorthuys (1908-1975)

Begon zijn fotografische carrière als communistisch arbeidersfotograaf en werkte vanaf 1936 als reportagefotograaf voor het sociaal-democratische weekblad Wij. Sociale betrokkenheid stond aanvankelijk centraal voor Oorthuys. Later verdween de ideologie naar de achtergrond, maar mensen bleven prominent in beeld. Dit blijkt niet alleen uit de vele bedrijfsboeken, jaarverslagen en gedenkboeken uit de periode 1945-1975 die op zijn naam staan, maar ook uit de circa veertig reispockets (1951-1965) en het boek Rotterdam dynamische stad (1959).

Top ^

Nol Pepermans (1920-2007)

In 1939 begon hij zijn carrière in de Staatsmijn Emma en groeide door van post-sleper tot opzichter. Toen Pepermans in 1956 acute reuma kreeg begon hij als autodidact te fotograferen. Pepermans raakte aanvankelijk geboeid door de vrije fotografie, maar zocht later een middenweg tussen esthetische en documentaire fotografie. In november 1973 fotografeerde hij als ‘insider’ de laatste werkweek aan het kolenfront. Hierna legde Pepermans zichzelf thema’s op en fotografeerde onder meer het Carnaval in binnen- en buitenland, schuttersfeesten, de Limburgse Maas, het landschap, Luik en achterbuurten in Frankrijk.

Top ^

Hans Spies (1905-1973)

De uit Duitsland afkomstige Spies werd vooral bekend als architectuur- en interieurfotograaf, maar maakte ook reclamefoto's en studio-opnamen. Hij wordt vaak in één adem genoemd met Jaap d'Oliveira, waarmee hij twee jaar samen werkte. Hij hanteerde binnen de fotografie de uitgangspunten van de Nieuwe Zakelijkheid. De meeste opdrachtgevers vond hij bij de aanhangers van deze stroming. Als zelfstandig fotograaf werkte hij onder meer voor de firma Bruynzeel, de architect en interieurontwerper Hein Salomonson en architecten als P. Zanstra, K. Sijmons, J.P. Kloos en Jan Wils.

Top ^

Ed van Wijk (1917-1992)

De fotografische praktijk van Van Wijk bestond aanvankelijk vooral uit portretten en huwelijksfoto’s. Tijdens de Duitse bezetting maakte hij diverse illegale reportages. Na de oorlog zette hij de portretfotografie voort en werkte hij voor het Residentie Toneel. Zijn foto’s werden onder meer gepubliceerd in de tijdschriften Eva en Wij Vrouwen, het fotoboek Nederland - wonder uit water (1954) en diverse andere fotoboeken over Nederland. In zijn foto’s is de invloed zichtbaar van de ‘subjectieve’ fotografie van Otto Steinert. Vanaf 1957 was hij tevens werkzaam als fotografiedocent.

Top ^

Voorbeelden uit deze collectie De steenkolenmijnen: het ‘zwarte goud’ van Limburg

Bekijk alle afbeeldingen uit deze collectie