Diversa sed Una: verzameling van een letterkundig genootschap > Geschiedenis van Dordrecht in vogelvlucht

In deze collectie is bijzonder historisch materiaal te zien dat de rijke historie van Dordrecht illustreert. Hieronder kunt u meer lezen over de lange, roerige geschiedenis van Hollands oudste stad.

Georg Braun en Frans Hogenberg, plattegrond van Dordrecht als eilandstad temidden van het water omstreeks 1572, kopergravure penseel in kleuren circa 1593

Middeleeuwen

Dordrecht is ontstaan in de twaalfde eeuw als ontginningsnederzetting in een uitgestrekt veenmoeras, precies daar waar de brede zeestromen overgaan in binnenwateren. De schippers moesten hier hun goederen overladen van zeeschepen in binnenschepen. De Hollandse graaf zag het belang van de jonge nederzetting en maakte Dordrecht tot centrum van zijn systeem van tolheffingen. De plaats kreeg in 1220 van graaf Willem I als eerste in Holland stadsrechten. In 1299 verwierf het ook het Stapelrecht, dat later werd uitgebreid en op den duur inhield dat alle schippers hun lading in de stad moesten uitladen en te koop aanbieden. Dit betekende een enorme impuls voor de handel. In ieder geval vanaf 1262 - maar mogelijk al eerder - werden in Dordrecht ook alle munten voor het graafschap Holland geslagen.

De periode 1350-1450 wordt wel Dordrechts Gouden Eeuw genoemd. De stad bekleedt dan een centrale plaats in het Baljuwschap Zuid-Holland (een rechtsgebied in het zuidelijk deel van Zuid-Holland en het noorden van Noord-Brabant) en het waterschap de Groote Waard. Tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten wordt in 1418 de stad belegerd door Jan van Brabant en Jacoba van Beieren. Maar het beleg wordt gebroken en kort daarop wordt het Hoeksgezinde Geertruidenberg, de enig overgebleven concurrent, platgebrand.

Dordrecht is dan de belangrijkste plaats van het land. Maar hieraan komt abrupt een einde als in de nacht van 18 op 19 november 1421 tijdens een zware Noordwesterstorm de als gevolg van zoutwinning en achterstallig onderhoud verzwakte dijken breken: de Groote Waard gaat kopje onder. De stad verliest door deze Sint-Elisabethsvloed het achterland als afzetregio, landbouwareaal en uitbreidingsgebied. Dordrecht ziet met lede ogen hoe schepen het Stapelrecht letterlijk beginnen te omzeilen. Een tweede ramp volgt op 28 juni 1457, als bij een grote stadsbrand die vijf dagen woedt 700 huizen en een deel van de Grote Kerk in vlammen opgaan. Rotterdam neemt een deel van de wijnhandel over; Amsterdam ontdekt het Oostzeegebied als graanmarkt en houtleverancier. Dordt behoudt een deel van de houthandel en het Stapelrecht (dat op den duur een administratieve zaak wordt), maar laat na zich actief op nieuwe markten te storten.

16de tot en met 18de eeuw

Een periode van relatieve stilstand volgt. In 1572 vinden er echter weer opmerkelijke gebeurtenissen plaats. Allereerst is er de alteratie van 25 juni, waarbij Dordrecht zich aan de zijde van de opstand schaart en 200 watergeuzen binnen laat. Nog geen maand later wordt, van 19 tot 23 juli, in het voormalige Augustijnenklooster de Eerste Vrije (niet zoals gebruikelijk door de landsheer bijeengeroepen) Statenvergadering gehouden. Vanuit die vergadering wordt de opstand tegen Spanje gecoördineerd en gefinancierd; Willem van Oranje wordt weer als stadhouder aangesteld. Drie jaar later sluit men in het Hof de Unie van Dordrecht, die gezien kan worden als de eerste grondwet van Holland, en daarmee als de grondslag van de Republiek der Verenigde Nederlanden.

Schilderij van de Synode van Dordrecht 1618-1619 door Pouwels Weyts, 1621 (Stadhuis Dordrecht)

Van 13 november 1618 tot 29 mei 1619 wordt de internationale Dordtse Synode gehouden. In 180 zittingen, verdeeld over 128 dagen, worden belangrijke besluiten genomen, zoals het uit de kerk zetten van de Remonstranten, het maken van een nieuwe bijbelvertaling (de Statenvertaling) en het opstellen van een kerkorde en de Dordtse leerregels.

Nog tijdens de Tachtigjarige Oorlog wordt in 1603 met de inpoldering van het Oude Land van Dubbeldam een begin gemaakt met de herwinning van het tijdens de Sint-Elisabethsvloed verloren land. Nog geen zestig jaar later is het Eiland van Dordrecht gereed, door inpoldering van de Noord- of Merwedepolder, de Zuidpolder, de Alloyzenpolder en de Polder Wieldrecht. Tussen die inpolderingen door breekt in 1636/1637 de grootste pestepidemie in de plaatselijke geschiedenis ooit uit; een op de zes Dordtenaren (circa 3700 mensen) verliezen hierbij het leven.

In 1653 wordt Dordtenaar Johan de Witt raadpensionaris en daarmee de machtigste man van het land. In het rampjaar 1672 wordt hij met zijn broer Cornelis met stilzwijgende instemming van stadhouder Willem III gelyncht.

Tijdens de patriottentijd doet Dordrecht opnieuw van zich spreken. De opkomende burgerij richt zich tegen de aristocratie en de stadhouder. Op 26 juli 1783 wordt het exercitiegenootschap De Vrijheid opgericht. De Dordtse gedeputeerden Ocker Gevaerts en Cornelis de Gijselaar veroorzaken een rel door gebruik te maken van de Haagse Stadhouderspoort, die gereserveerd is voor de stadhouder. Na een inval van de Fransen komen de patriotten in 1795 aan de macht; inlijving bij Frankrijk is het gevolg. Pas op 24 november 1813, na een mislukte beschieting door de Fransen vanuit Papendrecht, komt aan hun overheersing een einde.

19de eeuw tot nu

In de 19e eeuw komen bij cholera-epidemieën honderden Dordtenaren om. Om verdere verspreiding te voorkomen, worden alle binnengrachten gedempt en waterleiding aangelegd. Na het midden van de eeuw breidt de stad zich als gevolg van een forse bevolkingsgroei uit tot over de Spuihaven. Dordrecht verandert in snel tempo van een rijke handelsstad in een verarmde industriegemeente. De spoorwegen nemen het traditionele vervoer via het water steeds meer over.

De twintigste eeuw tenslotte staat in het teken van de crisis van de jaren dertig waarbij als werkverschaffingsproject de Dordtse Biesbosch wordt ingepolderd. Door grenswijzigingen met Dubbeldam wordt het mogelijk steeds nieuwe woonwijken en industriegebieden aan te leggen en het oude stadscentrum te saneren. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, in de meidagen van 1940, vinden felle gevechten om de stad plaats. Tijdens de watersnoodramp van 1 februari 1953 fungeert Dordrecht, door haar ligging aan de rand van het rampgebied, als hulpverleningscentrum. Op 1 juli 1970 worden de gemeenten Dubbeldam (met ruim 10.000 inwoners) en een deel van Sliedrecht aan Dordrecht toegevoegd. De afsluiting van het Haringvliet in datzelfde jaar maakt een einde aan het periodiek overstromen van de laag gelegen delen van de stad. Anno 2008 is Dordrecht met bijna 120.000 inwoners de op twee na grootste stad van Zuid-Holland.

Voorbeelden uit deze collectie Diversa sed Una: verzameling van een letterkundig genootschap

Bekijk alle afbeeldingen uit deze collectie